In da clubhouse


Clubhouse, clubhouse ... ik moest ook even nadenken toen ik voor het eerst hoorde over clubhouse. Een soort netwerk waarbinnen je met elkaar kunt praten, elkaar niet kunt zien en waarin je alleen kunt participeren als je door anderen bent uitgenodigd. En je moet vooralsnog een iPhone hebben, anders behoor je niet tot de club want dan kun je gewoonweg niet meedoen.

Het zou me best leuk lijken, al heb ik geen iPhone. Wil ik wel meedoen? Ik denk het niet. Niet omdat het me niet leuk lijkt, maar ik gebruik al LinkedIn, Facebook, Instagram, YouTube, Blogger, heel af en toe Twitter en heb zo nu en dan nog een nieuwsbrief te versturen. O ja, laat ik de communities niet vergeten en de groepen die ik beheer op LinkedIn. Help, ik zou bijna vergeten dat ik ook nog netwerk buiten alle socials om. Hoeveel ballen kun je in de lucht houden?

De gedachte is leuk, misschien over een aantal jaar, maar als ik het woord 'clubhouse' hoor, dan denk ik veel liever terug aan vroeger. Een stukje nostalgie.
Half Rotterdam, Dordrecht, Halsteren en de Hoeksche Waard kwam altijd stappen in Renesse, want dat was het helemaal. 'Wij', als inwoners van ons 'Rietnisse' werkten ons dan tien slagen in de rondte in de horeca om al die toeristen te voorzien van drankjes, eten en entertainment op de dansvloer. 

Wij keken vooral uit naar de wintermaanden. Waarin we gezellig in een 'ons-kent-ons'-sfeertje gingen stappen in ons dorp. Rond tien uur 's avonds kwam je relaxed binnen en dan was het al aardig druk. Als dan om kwart voor twee de lichten aangingen, was het tijd om de zaak te verlaten en stond iedereen buiten om twee uur. Zonder vechtpartijen, die waren er alleen tijdens de zomermaanden. Iedereen vond het ook heel normaal, dat was gewoon zo. Sommigen gingen naar huis, maar wij niet. Het was immers maar een klein stukje rijden naar La Rocca in Antwerpen, de BlueTiekIn (wie kent hem nog?) het latere Carrera en soms was Nighttown ook leuk voor de afwisseling. Helemaal gaaf vond ik Highstreet. De sfeer, de mensen, de muziek, de DJ's. Alles. 

Met mijn 1m63 destijds "bofte" ik. Ik had geen eigen auto, maar wel een rijbewijs en ik dronk meestal alleen maar frisdrank. Bewust. "Kleine, wil jij rijden?" "Ja tuurlijk!", zei ik altijd enthousiast. Dan konden we het saaie Renesse in de winter mooi ontvluchten en ik wist altijd zeker dat ik niet bij iemand in hoefde te stappen die gedronken had. En een lol dat we hadden! Soms kom ik nog weleens een enkeling tegen waarvan ik denk: 'Ik ken jou!', en als we dan in gesprek raken, dan blijkt het inderdaad vaak iemand te zijn die ook in één van die discotheken kwam. Of het is iemand die mijn zusje heeft gekend, want wij leken vroeger best wel op elkaar qua uiterlijk. 

Tegenwoordig heten discotheken 'clubs' en gewoon 'house' is wel erg jaren tachtig volgens mij. Destijds overgewaaid vanuit Chicago naar New York, vervolgens gevlogen naar Ibiza, belandde de housemuziek in Londen. Het duurde niet lang of het housevirus besmette ook Europa. Het leek corona wel, alleen dan een leuk virus. Inmiddels zijn er weer allerlei muziekstromen ontstaan uit de oorspronkelijke housemuziek, maar soms mis ik die tijd nog wel eens. Een tijd van onbezorgd stappen, nieuwe mensen leren kennen, 's ochtends om half negen thuiskomen en ontbijten met tien man. En mijn moeder die dan gezellig aanschoof in haar badjas voor een eerste kopje koffie met 'de jeugd'. Luisterend naar alle geweldige verhalen van die nacht. Mooi was dat, alles kon bij ons, het was altijd fun. Anderzijds, even naar huis bellen dat je wat later kwam kon niet, want mobiele telefoons hadden we nog niet, maar mijn moeder wist dat ik niet in zeven sloten tegelijk liep.

Het duurde dan ook niet lang of mijn moeder wilde een CD-speler hebben, want dan kon ze al die nummers ook luisteren op een CD-tje. Al speelde ik ook vaak de maandelijkse cassettebandjes af van Trinity met alle hits van de maand erop. Die kocht je dan voor vijftien gulden. En als je het cassettebandje net uit je hoofd kende, dan kwam er alweer bijna een nieuwe versie uit. Al was ik mijn cassettebandje ook weleens kwijt. Dat zat dan in de radio- en cassetterecorder van mijn moeders' auto. Heel modern voor die tijd. En makkelijk voor mij, want ze had zo'n 'Youp van 't Hek'-hockeycar, waar overdag drie honden achterin konden en 's avonds laat vier jongeren extra. Als ze allemaal een beetje aan de kant gingen zitten, dan had ik nog prima zicht via mijn spiegels als ik haar auto mocht gebruiken om uit te gaan. Je snapt wel dat iedereen graag mee wilde en het niet erg vond om een uur opgepropt in een auto te zitten! We hadden immers onze vrijheid. Freestylen? Dat deden we daarna wel op de dansvloer!

Uitgaan kan momenteel niet, dus ik dans maar in mijn eigen huis. Dat ben ik altijd blijven doen, want van dansen krijg ik energie, het is een expressie. Muziek is goed voor de aanmaak van mijn serotonine, ik word er vrolijk van. Maar het samenzijn en lol hebben met vrienden, wat zou ik dat alle jongeren van nu gunnen. Het gewoon weer normaal uitgaan. Al gaan ze tegenwoordig wat later weg van huis en zijn de clubs ook heel wat veranderd met detectiepoortjes enzo en beveiligers die met oortjes rondlopen in een zaak. Tenminste, dat schijnt zo te zijn, want ik ga natuurlijk niet meer naar een club. Ik vroeg me als negentienjarige (zie foto) al af wat die oude knarren van 50 kwamen doen in een discotheek. En helemaal erg was het als iemand zei: "Hey Kiek, leuk, daar is je moeder!" 

Toen vond ik het stom, maar nu ik erop terugkijk vind ik het eigenlijk wel stoer van mijn moeder. Zij hield van muziek, kende bijna alle jongeren en ze bleef nooit zo lang. Zelf zou ik het niet doen nu, zeker niet in deze tijden. Ik hou het bij mijn eigen clubhouse. Thuis, in house, in 'da clubhouse'. Even een lekkere 'wakkerworder' op de zaterdagochtend ....

'Everybody's free' - Rozella, bron: YouTube


 

Een reactie posten

My Instagram

Copyright © Organisatiebureau KVPS