Wat is er werkelijk aan de hand in 's-Gravendeel?
Een persoonlijk verslag na gesprekken met inwoners, betrokkenen en bestuurders
Wat gebeurt er wanneer een dorp dat al jarenlang bekendstaat
om zijn saamhorigheid ineens landelijk nieuws wordt?
Die vraag liet mij niet meer los. Niet omdat ik de
antwoorden had, juist omdat ik ze niet had.
Sinds 20 juni 2026, na de voetbalwedstrijd tussen Nederland
en Zweden, kreeg ik via de socials opvallend vaak dezelfde vraag.
"Kiki, wat is er eigenlijk aan de hand in
's-Gravendeel?"
Mijn antwoord was telkens hetzelfde: "Dat weet ik nog
niet."
Want ik wilde geen conclusies trekken op basis van berichten
op sociale media, reacties op internet of krantenkoppen. Ik wilde eerst
luisteren. Naar de mensen die erbij waren. Naar inwoners. Naar betrokkenen.
Naar bestuurders. En waar mogelijk wilde ik feiten controleren voordat ik er
iets over zou schrijven.
Ik schrijf niet om slechts mijn mening te verkondigen. Ik
schrijf omdat ik wil begrijpen wat er gebeurt in mijn dorp. Zeker wanneer
emoties hoog oplopen en verhalen steeds verder uit hun verband lijken te worden
getrokken.
Ik woon inmiddels vijfentwintig jaar in 's-Gravendeel.
Gekscherend noem ik mezelf weleens een import-Seuter. In die jaren heb ik een
dorp leren kennen waar mensen nog naar elkaar omkijken. Waar buren elkaar
kennen. Waar bij een overlijden nog persoonlijk een kaartje door de brievenbus
wordt gedaan. Waar vrijwilligers, sportverenigingen, kerken en inwoners samen
het dorp vormen.
Juist daarom kwamen de berichten die ik de afgelopen dagen
in de media las zo hard binnen. Er werd gesproken over een massale vechtpartij,
over onrust, demonstraties en een burgerwacht. En over spanningen tussen
dorpsbewoners en statushouders.
En terwijl ik de ene na de andere krantenkop las, bekroop
mij een vreemd gevoel, want ik herkende mijn dorp niet in de manier waarop het
werd neergezet.
Want er zijn in ’s-Gravendeel ernstige dingen gebeurd en
gewonden gevallen. Ook zijn er verdachten
aangehouden. Dat zijn feiten die benoemd mogen worden.
Mijn gevoel werd versterkt doordat ik beelden zag waarop
inwoners werden mishandeld, met bakstenen werd gegooid en mensen zichtbaar
probeerden het geweld te stoppen.
Ik herkende enkele mensen op de beelden, waardoor het voor
mij ineens heel dichtbij kwam. Ik
besloot daarom iets te doen wat ik eigenlijk altijd probeer te doen wanneer
feiten en emoties door elkaar beginnen te lopen. Zowel in mijn werk als in
privé:
Luisteren, samenvatten en doorvragen.
Niet om iemand gelijk te geven, noch om te oordelen over een ander.
Maar om een zo zorgvuldig mogelijk beeld te krijgen van wat er zich werkelijk
heeft afgespeeld.
De afgelopen weken sprak ik met inwoners, betrokkenen en
initiatiefnemers. Ik meldde mij aan bij de inmiddels veelbesproken appgroep. Ik
stelde vragen aan de politie. Ik legde vragen voor aan de burgemeester. Ik
volgde het debat in de gemeenteraad en probeerde verschillende kanten van het
verhaal naast elkaar te leggen.
Nog niet alle antwoorden heb ik inmiddels ontvangen en dat
zul je als lezer ook merken. Waar informatie nog ontbreekt, zal ik dat ook eerlijk vermelden. Met dit blog
pretendeer ik dan ook niet dat dit de waarheid is.
Het is een verslag op persoonlijke titel van wat ik tot nu
toe heb gezien, gehoord en onderzocht. Beschouw het als een poging om te
begrijpen hoe een dorp als ’s-Gravendeel, dat bekendstaat om zijn
gemeenschapszin ineens landelijk nieuws werd.
Mijn onderzoek begon niet op straat, maar met luisteren
Voordat ik met mensen in gesprek ging, had ik mezelf één
doel gesteld. Ik wilde geen gelijk halen of partij kiezen. Ik wilde een zo
eerlijk mogelijk verslag schrijven van wat zich in en rond mijn dorp had
afgespeeld.
Daarom vertelde ik iedereen die ik sprak vooraf precies
hetzelfde. Dat ik op persoonlijke titel schreef en dat ik meerdere kanten van
het verhaal wilde horen. Ik beloofde niets te publiceren waarvan iemand achteraf zou zeggen: "Dat heb ik zo niet
bedoeld."
Mogelijk waren daardoor mensen bereid hun verhaal met mij te
delen. Sommigen deden dat openlijk, anderen onder de voorwaarde dat ik
zorgvuldig met hun informatie zou omgaan.
Wat mij vooral opviel, was dat verschillende mensen
vertelden bang te zijn om met de pers te praten. Niet omdat zij iets te
verbergen hadden, maar omdat zij zich niet herkenden in de manier waarop eerder
over de gebeurtenissen was bericht.
Ook hoorde ik meerdere keren dezelfde opmerking. "Tegen
jou durf ik het wel te vertellen." Dat raakte mij. Misschien omdat ik als
vertrouwenspersoon heb gewerkt. Misschien omdat mensen aanvoelen dat ik liever
vragen stel dan conclusies trek en me niet zomaar meng in tal van geruchten.
Feit is dat de gesprekken daardoor steeds meer verdieping
kregen. Ik besloot vervolgens niet alleen met inwoners te spreken, maar ook
zelf te kijken naar wat leefde. Zo meldde ik mij aan bij de inmiddels
veelbesproken appgroep ‘Seuters voor Seuters’.
Op dat moment telde de groep al meer dan zevenhonderd leden.
Dat verbaasde mij. Niet alleen vanwege het aantal leden, maar vooral vanwege de
inhoud van de berichten. Ik wist niet wat ik kon verwachten, maar ik las vooral
collectieve verontwaardiging, gevoelens van onrechtvaardigheid en ongerustheid.
Maar wat mij veel meer opviel, was het verdriet. Verdriet is meestal de onderliggende laag van verontwaardiging en boosheid. In 's-Gravendeel gaat het om verdriet over wat er was
gebeurd en wat al langer gaande is. Verdriet over het gevoel dat het dorp aan het veranderen is. En
verdriet omdat veel inwoners vonden dat hun verhaal nauwelijks terugkwam in de
berichtgeving.
Natuurlijk werden er soms ook stevige uitspraken gedaan. Dat
gebeurt nu eenmaal wanneer emoties hoog zitten. Wat mij daarbij opviel, was dat
de beheerders regelmatig ingrepen.
Berichten die volgens hen te ver gingen of de sfeer negatief
beïnvloedden, werden verwijderd. De bedoeling van de groep was volgens hen niet
om mensen tegen elkaar op te zetten. Integendeel, de groep was opgericht om
inwoners met elkaar in contact te brengen, informatie te delen en elkaar te
waarschuwen wanneer zich opnieuw een incident zou voordoen.
Gaandeweg werd mij steeds duidelijker dat de naam Seuters
voor Seuters voor veel leden meer betekende dan alleen een WhatsAppgroep. Voor
hen stond die naam vooral symbool voor iets anders. Namelijk voor het verlangen
om weer het dorp terug te krijgen waarin mensen zich veilig voelen.
Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor hun kinderen en voor
de generaties die na hen komen.
Een gesprek met Franklin
Na de vele
gesprekken met inwoners wilde ik ook graag spreken met de man die de appgroep Seuters
voor Seuters had opgericht.
Zijn naam is
Franklin Pemmelaar (58).
In de media werd
hij regelmatig genoemd als initiatiefnemer van de groep. Daarom was ik benieuwd
naar de persoon achter het verhaal. Toen wij met elkaar in gesprek gingen, trof
ik geen boze actievoerder aan.
Ik sprak een vredelievende
vader en echtgenoot, met een baan, die veelvuldig vrijwilligerswerk heeft gedaan
en al jarenlang in 's-Gravendeel woont.
Hij vertelde mij
dat hij de appgroep oorspronkelijk helemaal niet had bedoeld voor honderden
mensen. Het idee was juist om een kleine groep inwoners met elkaar te
verbinden. Om elkaar te waarschuwen wanneer zich opnieuw een incident zou
voordoen. Om informatie met elkaar te delen. En vooral om elkaar een beetje in
de gaten te houden. Dat de groep in korte tijd uitgroeide tot meer dan
zevenhonderd leden had ook hem verrast.
Tijdens ons gesprek
vroeg ik hem hoe het kwam dat hij, ondanks alle gebeurtenissen en alle aandacht
in de media, zo rustig bleef. Zijn antwoord verraste mij. Hij vertelde dat hij
jarenlang op hoog niveau aan karate had gedaan en zelfs een zwarte band had
behaald.
Volgens hem had
juist die sport hem geleerd om rustig te blijven wanneer emoties oplopen. Het
draait binnen de karatesport om beheersing en respect. En nooit handelen vanuit
blinde woede.
Dat merkte ik ook
tijdens ons gesprek. Hij sprak meerdere keren uit dat hij wilde de-escaleren. Geen
rellen en vooral geen escalaties. De rust bewaren en niet ingaan op
provocaties. Want uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: een veilig ‘s-Gravendeel.
Tijdens de
bijeenkomsten die de afgelopen weken plaatsvonden, riep hij mensen daarom
steeds opnieuw op zich te gedragen. Niet te schelden. Geen geweld te gebruiken.
En zich niet te laten meeslepen door emoties.
Volgens Franklin
zijn het geen demonstraties, maar vreedzame bijeenkomsten van bezorgde burgers.
Momenten waarop mensen elkaar kunnen ontmoeten, hun zorgen kunnen delen en een
signaal willen afgeven aan de gemeente dat zij zich zorgen maken over de
veiligheid in hun dorp.
Hij vertelde mij
ook dat zich mensen uit andere plaatsen hadden aangesloten. Dat was nooit de
bedoeling geweest. Zijn eerste verantwoordelijkheid ligt volgens hem bij
's-Gravendeel. Pas wanneer hier weer rust is ontstaan, kan hij altijd nog in
gesprek gaan met inwoners uit andere Hoekschewaardse dorpen.
De toelating tot de
appgroep gebeurt volgens duidelijke regels. Nieuwe leden moeten zich met hun
eigen naam aanmelden, aantonen dat zij in 's-Gravendeel wonen en minimaal
achttien jaar oud zijn. Daarnaast gelden er duidelijke groepsregels. Wie zich
daar niet aan houdt of de groep gebruikt, loopt het risico uit de groep te
worden verwijderd.
Kort na de gebeurtenissen werd Franklin door burgemeester Witte uitgenodigd
voor een gesprek. Vanwege zijn werk kon hij daar op dat moment geen gehoor aan
geven. Op 29 juni vond het gesprek alsnog plaats. Franklin vertelde mij dat hij
zijn zorgen over de veiligheid in het dorp met de burgemeester heeft gedeeld.
Ook benadrukte hij tijdens dat gesprek dat de bijeenkomsten volgens hem bedoeld
zijn om inwoners met elkaar in gesprek te brengen en dat hij iedere vorm van
escalatie wil voorkomen. Hij kijkt terug op een goed gesprek.
Aan het einde van
ons gesprek stelde ik Franklin nog één vraag. "Wat zou volgens jou een
eerste stap richting een oplossing kunnen zijn?" Zijn antwoord was kort. Hij
hoopt dat de rust en de veiligheid terugkeren. Voor iedereen. Niet alleen voor
de inwoners van 's-Gravendeel, maar voor iedereen die er woont. Want, zo zei
hij letterlijk tegen mij: "Iedereen moet uiteindelijk gewoon verder kunnen
met zijn leven. Leef je leven, gedraag je en pas je aan de omgeving aan waarin
je woont."
Een dorp waarin het gevoel van veiligheid veranderde
Tijdens de gesprekken die ik voerde, kwam één onderwerp
steeds opnieuw terug.
Veiligheid. Of beter gezegd: het gevoel dat die veiligheid
de afgelopen jaren langzaam is veranderd. Vrijwel iedereen die ik sprak,
vertelde daar op zijn of haar eigen manier over. Soms aan de hand van een
persoonlijk verhaal of door een gebeurtenis die zij zelf hadden meegemaakt. En
soms door beelden die inmiddels op sociale media circuleren.
Ook ik herken een deel van die verhalen. Zo zie ik
regelmatig groepen jongeren op fatbikes door het dorp rijden. Dat op zichzelf
zegt natuurlijk niets over iemands bedoelingen. Maar verschillende inwoners
vertelden mij dat zij zich hierdoor geïntimideerd voelen, zeker wanneer zij in
groepsverband hard door woonwijken, op stoepen, over fietspaden of door
winkelgebieden rijden. Zelf maakte ik ook een aantal vervelende situaties mee.
Zo reden twee jongeren op een fatbike meerdere keren vlak
langs mij heen terwijl ik mijn hond uitliet. Of het bedoeld was als intimidatie
weet ik niet. Wel ervoer ik het als onprettig. Een andere keer stopte er
onverwacht een auto naast mij. Twee mannen openden het raampje, spuugden voor
mijn voeten en scholden mij uit. Vervolgens reden zij met piepende banden weg.
In de vijfentwintig jaar dat ik in 's-Gravendeel woon, had
ik zoiets nog nooit meegemaakt. Ook hoorde ik verhalen van ouders. Over
dochters die zich niet meer prettig voelen wanneer zij 's avonds alleen van hun
sportvereniging naar huis fietsen, achtervolgd worden, en/of nagefloten en
geïntimideerd worden. Over jongeren die liever een stukje omrijden of samen
naar huis gaan.
Niet omdat er voortdurend iets gebeurt, maar omdat het
gevoel van veiligheid is veranderd. Daarnaast zag ik via verschillende inwoners
camerabeelden die door particuliere beveiligingscamera's waren opgenomen.
Op sommige beelden is te zien hoe personen zich 's nachts op
privéterrein begeven of aan geparkeerde auto's voelen. Ik heb meerdere van deze
beelden bekeken. Over afzonderlijke incidenten of de identiteit van de
betrokken personen doe ik geen uitspraken.
Wel begrijp ik, mede door deze beelden en de gesprekken die
ik voerde, waarom sommige inwoners aangeven dat hun gevoel van veiligheid is
veranderd.
Dat betekent niet dat iedereen in 's-Gravendeel dezelfde ervaringen heeft. Ook
betekent het niet dat iedere inwoner hetzelfde denkt over de oorzaken daarvan. Maar
het zou naar mijn mening ook niet eerlijk zijn om de zorgen die veel inwoners
uitspreken zomaar naast ons neer te leggen.
Juist daarom vind ik het belangrijk dat deze gevoelens
bespreekbaar blijven. Niet om mensen tegenover elkaar te zetten, maar om met
elkaar te zoeken naar oplossingen waardoor iedereen zich weer veilig kan
voelen.
De avond die alles veranderde
Tijdens mijn gesprekken werd mij regelmatig dezelfde vraag
gesteld.
"Wat was nu eigenlijk de aanleiding?"
Ook daarover heb ik verschillende mensen gesproken.
Volgens meerdere betrokkenen begon het met een
woordenwisseling tussen een jonge man met een verstandelijke beperking en een
groep jongeren. Mij werd verteld dat er water in de richting van de groep was
gegooid, waarna de situatie in korte tijd uit de hand liep.
Dat iemand een verstandelijke beperking heeft, zie je niet
altijd aan de buitenkant. Maar zelfs als iemand zich onhandig of vervelend
gedraagt, mag dat nooit een reden zijn om geweld te gebruiken.
Wat daarna gebeurde, heeft diepe indruk gemaakt op veel
inwoners van 's-Gravendeel.
Mij werd verteld dat een dorpsgenoot zag wat er gebeurde en
tussenbeide kwam om de jongen te helpen. Volgens de mensen die ik sprak, werd
ook hij vervolgens mishandeld.
In de tussentijd werden familieleden en vrienden gebeld.
Sommigen waren op dat moment een verjaardag aan het vieren. Anderen zaten, net
als veel Nederlanders die avond, naar de voetbalwedstrijd tussen Nederland en
Zweden te kijken.
Toen het nieuws zich razendsnel door het dorp verspreidde,
gingen veel mensen op de gebeurtenissen af. Dat is denk ik niet zo vreemd. Het
was een warme zomeravond. Mensen zaten buiten. Er werd gebarbecued. Er waren
verjaardagen. En op veel plaatsen stond de televisie aan vanwege de wedstrijd. Binnen
korte tijd verzamelden zich veel mensen in het centrum van het dorp.
Verschillende inwoners vertelden mij dat zij probeerden het
geweld te stoppen en mensen uit elkaar te halen. Ook zag ik beelden waarop
zichtbaar is dat omstanders proberen in te grijpen. Op andere beelden is te
zien hoe geweld wordt gebruikt. Die beelden hebben op veel inwoners een enorme
indruk gemaakt. Niet alleen vanwege het grove geweld zelf, maar vooral omdat het
mensen uit hun eigen dorp betrof.
Mensen die zij kennen. Van school, van de sportvereniging, van
de kerk of gewoon als buurman of dorpsgenoot. Juist dat maakt dat deze
gebeurtenis voor veel inwoners veel verder ging dan een incident waarover je in
de krant leest. Het kwam letterlijk en figuurlijk dichtbij.
Inmiddels heeft de politie meerdere verdachten aangehouden.
Het onderzoek loopt nog en is in handen van het Openbaar Ministerie. Juist
daarom vind ik het belangrijk om terughoudend te zijn met conclusies.
Het is uiteindelijk aan politie en justitie om vast te
stellen wat er precies is gebeurd en wie waarvoor verantwoordelijk is.
Wat ik in dit deel van mijn verslag heb beschreven, is
gebaseerd op gesprekken die ik voerde met meerdere betrokkenen. Waar mogelijk
heb ik geprobeerd informatie te controleren. Tegelijkertijd realiseer ik me dat
niet alle vragen op dit moment al beantwoord kunnen worden.
Op zoek naar antwoorden
Nadat ik met inwoners, betrokkenen en Franklin had
gesproken, vond ik het belangrijk om ook andere partijen te benaderen. Omdat ik
het belangrijk vind om feiten zorgvuldig te controleren en omdat ik meerdere
kanten van het verhaal wilde horen.
Daarom nam ik contact op met de politie. Eerst sprak ik met
een agent. Deze was mij behulpzaam en bracht me heel snel in contact met een medewerker
van de persvoorlichting van de politie. Ik heb mijn vragen schriftelijk mogen
indienen en ik wacht op dit moment nog op de beantwoording daarvan. Zodra ik
een reactie ontvang, zal ik die aan dit verslag toevoegen.
Ook heb ik de burgemeester van de gemeente Hoeksche Waard
schriftelijk een aantal open vragen voorgelegd. Via de communicatiewoordvoerder
kreeg ik de reactie dat de gemeente niet ingaat op vragen van individuele
inwoners en dat ik het debat van de gemeenteraad kon volgen. Daar heb ik begrip
voor.
Ik heb vervolgens laten weten dat ik het desondanks zou
waarderen wanneer de burgemeester mijn vragen op een later moment alsnog zou
willen beantwoorden. Niet om haar ter verantwoording te roepen, maar omdat ik
geloof dat open communicatie kan bijdragen aan het vertrouwen van inwoners. Op
het moment van schrijven heb ik daarop nog geen inhoudelijke reactie ontvangen.
Dat neem ik haar niet kwalijk. Ik heb geen inzicht in haar agenda en kan mij
voorstellen dat de gebeurtenissen van de afgelopen periode veel tijd en
aandacht vragen.
Omdat ik meerdere kanten van het verhaal wilde belichten,
ben ik ook een kapsalon in 's-Gravendeel binnengelopen. Het gerucht ging dat één
van de verdachten daar werkzaam zou zijn. Ik heb de eigenaar gevraagd of hij
zijn visie op de gebeurtenissen wilde geven. Hij gaf aan mij terug te bellen.
Tot op het moment van schrijven heb ik nog geen reactie ontvangen. Mocht die
alsnog volgen, dan zal ik ook die aan dit verslag toevoegen.
Daarnaast heb ik gesproken met twee raadsleden van
verschillende politieke fracties. Eén van hen is Harmen Hoogwerf van de VVD. Zijn
reactie is als volgt:
“We hebben als VVD Hoeksche Waard met afschuw gekeken naar de beelden rondom de
ongeregeldheden in ’s-Gravendeel. De VVD staat voor de veiligheid van alle
inwoners van ’s-Gravendeel en dat hebben we ingebracht in het debat van afgelopen
dinsdag tijdens de Hoeksche Raadsdag. We hebben nadrukkelijk aandacht gevraagd
voor het gevoel van veiligheid dat mensen ervaren, of beter gezegd, het
ontbreken daaraan. Meer politie of meer BOA ’s op straat lijkt een makkelijk
antwoord op deze ongeregeldheden maar betekent niet automatisch een positieve
invloed op het gevoel van veiligheid dat mensen ervaren. Daar zijn andere maatregelen voor nodig die meer tijd
kosten. Desalniettemin hebben we vertrouwen in de aanpak van de burgemeester en
de andere betrokken partijen”.
Op dinsdag 30 juni jongstleden volgde ik het debat in de
gemeenteraad van de Hoeksche Waard. Tijdens dat debat spraken de verschillende
fracties hun waardering uit voor de inzet van de burgemeester, de politie, het
Openbaar Ministerie en de handhaving in de dagen na de gebeurtenissen.
Tegelijkertijd werd vanuit de raad benadrukt dat inwoners
behoefte hebben aan snelle, duidelijke en transparante communicatie. Juist
wanneer er veel emoties leven en geruchten zich snel verspreiden, is heldere
informatie van groot belang.
Aan het einde van het debat werd uitgesproken dat de zorgen
van inwoners van 's-Gravendeel zijn gehoord. Ook zegde de burgemeester toe om
de komende periode, samen met inwoners en betrokken partijen, verder te werken
aan een plan om de veiligheid en leefbaarheid in het dorp te versterken.
Ik spreek de wens uit dat alle partijen met elkaar in
gesprek blijven. Niet alleen omdat de gebeurtenissen van 20 juni diepe indruk
hebben gemaakt, maar vooral omdat uiteindelijk iedereen hetzelfde verlangt: een
‘s-Gravendeel waarin inwoners zich weer veilig voelen.
Tot slot
Wie dit verslag heeft gelezen, zal misschien niet overal
dezelfde conclusies uit trekken.
Dat hoeft ook niet. Zoveel mensen, zoveel meningen.
Maar over één ding lijken veel inwoners van 's-Gravendeel
het met elkaar eens. Zij verlangen naar een dorp waarin kinderen weer
onbekommerd buiten kunnen spelen. Waar jongeren veilig naar hun sportvereniging
kunnen fietsen. Waar ouderen zich weer veilig over straat kunnen bewegen. En
waar inwoners weer nader tot elkaar komen en naar elkaar omkijken.
Dat verlangen is niet bijzonder. Het is een basisvoorwaarde
voor woongenot. Want veiligheid is een voorwaarde om prettig te kunnen wonen en
leven.
Bovendien is voor mij veiligheid onlosmakelijk verbonden met
vrijheid.
Daar ligt wat mij betreft de uitdaging voor de komende
periode. Niet alleen voor de gemeente, de politie en de handhaving, maar voor
iedereen die verantwoordelijkheid draagt voor de leefbaarheid van ons dorp. Ik
hoop dat de gesprekken die inmiddels zijn gestart, daaraan zullen bijdragen. Want
uiteindelijk is het niet de vraag wie er wel of niet gelijk heeft.
De belangrijkste vraag is hoe we ervoor kunnen zorgen dat
's-Gravendeel weer een dorp is waarin inwoners zich veilig voelen.
Dat is mijn wens en daarom schreef ik dit verslag op
persoonlijke titel.
Mocht de politie, de burgemeester, de eigenaar van de
kapsalon of andere betrokkenen alsnog reageren, dan zal ik hun reactie, als zij
dat willen, aan dit verslag toevoegen.
Reacties onder dit artikel zijn welkom. Wel worden alle
reacties vooraf gemodereerd, zodat het gesprek respectvol blijft.
Naschrift
De politie onderzoekt de gebeurtenissen die in dit
artikel worden beschreven. Beschik je over informatie of camerabeelden die
mogelijk van belang zijn voor het onderzoek en heb je daarover nog geen contact
gehad met de politie, neem dan alsnog contact met de politie op. Dat kan via
0900-8844. Wil je liever anoniem blijven, neem dan contact op met Meld Misdaad
Anoniem via 0800-7000.


Een reactie posten